Publieksinformatie
Bericht geplaatst op 30 november 2011
Persbericht Nierpatiënten Vereniging Nederland
De NVN presenteert u het Medicijnkaartje; een handig, compact kaartje waarop de nefroloog of internist van een getransplanteerde nierpatiënt de anti-afstotingsmiddelen kan noteren die de patiënt gebruikt. Het is immers van groot belang dat de patiënt de juiste medicijnen krijgt. Een kleine afwijking in werkzame stof kan al grote gevolgen hebben.
Download voor meer informatie het persbericht en het bijgevoegde medicijnkaartje.
Bericht geplaatst op 17 oktober 2011
Standpunt Nederlandse Transplantatie Vereniging ten aanzien van de anonimiteit tussen nabestaanden van een overleden orgaandonor en de ontvangers
In Nederland vragen sommige mensen zich af waarom er sprake is van strikte anonimiteit tussen nabestaanden van een orgaandonor en de ontvangers van diens organen. Er gaan stemmen op om deze anonimiteit af te schaffen.
De Nederlandse Transplantatie Vereniging (NTV) is geen voorstander van het opheffen van deze anonimiteit omwille van de volgende argumenten:
- Ook nu al is het mogelijk dat nabestaanden van donoren en getransplanteerden met elkaar in contact komen door elkaar (anoniem) een brief te sturen. Dit verloopt via de transplantatiecoördinatoren die werkzaam zijn in de verschillende transplantatiecentra. Uitgangspunt hierbij is dat beide partijen hiermee akkoord gaan. Ervaring leert dat voor de overgrote meerderheid dit contact voldoende is en dat men geen behoefte heeft om elkaar ook daadwerkelijk te ontmoeten.
- Hoewel er voorbeelden bekend zijn van goed verlopen (toevallige) contacten tussen nabestaanden van donoren en ontvangers is lang niet altijd goed van te voren aan te geven wat dit gaat betekenen voor de twee partijen en het contact kan ook negatief uitpakken. Er zijn voorbeelden bekend van ontvangers die er achteraf spijt hebben dat ze dit contact zijn aangegaan. In een enkel (buitenlands) geval is gebleken dat nabestaanden soms de ontvangers benaderen met verzoeken om materiële steun of financiële wederdienst.
- Uit recent onderzoek in België is gebleken dat 75% van de patiënten die een transplantatie ondergingen voor handhaving van anonimiteit zijn (Dobbels et al. Clinical Transplantation 2009; 23:375-381).
Belangrijkste redenen hiervoor zijn:
a) het mogelijk te weten komen van feiten over de donor, resp. de ontvanger die men liever niet had willen weten of liever niet had willen bloot geven;
b) schuldgevoel omdat men nooit kan terug betalen/vergoeden wat men ontvangen heeft en
c) angst voor extra emotionele stress. Hoewel sommige getransplanteerden aangeven wel nieuwsgierig te zijn naar de achtergronden van de donor bestaat er over het algemeen toch niet de behoefte om met de nabestaanden vis-a-vis geconfronteerd te worden. Hoewel patiënten steeds mondiger worden zijn wij als transplantatieprofessionals van mening dat patiënten mogelijk ook niet altijd goed de gevolgen van een dergelijke ontmoeting kunnen overzien en wij zouden ze daarom tegen de negatieve gevolgen in bescherming willen nemen. Bovendien staat de getransplanteerde patiënt per definitie altijd "in het krijt" en zal deze morele druk voelen wanneer de nabestaanden aangeven dat zij wel contact met hem of haar willen. Immers, weigering van dit verzoek kan over komen als ondankbaarheid.
- Omgekeerd kan het beeld dat nabestaanden hebben van de ontvanger veel rooskleuriger zijn dan de werkelijkheid. Het beeld van een jonge moeder die na een transplantatie helemaal hersteld is en weer van haar leven en gezin kan genieten doet, is natuurlijk prachtig, maar dit is niet altijd de praktijk. Ook kunnen nabestaanden teleurgesteld zijn over bijvoorbeeld het ras, de leefstijl, de seksuele geaardheid, het geloof, of de politieke overtuiging van een ontvanger. Ook bestaat de kans dat nabestaanden bezorgd zijn of de ontvanger zorgvuldig omgaat met het orgaan en daar invloed op willen houden. Dit zou extra zorgen en stress kunnen opleveren waar men tevoren niet op gerekend had.
- Psychologen stellen, op basis van onderzoek, dat anonimiteit van de ontvanger er toe kan bijdragen dat de nabestaanden de overledene beter kunnen ‘loslaten’, wat bijdraagt aan een goede rouwverwerking. Confrontatie met de ontvanger kan dit proces soms verstoren.
- In Nederland is orgaandonatie een daad van solidariteit met anderen in de maatschappij zonder dat dit op een specifieke persoon (anders dan een ernstig zieke patiënt op de wachtlijst) gericht is. Het maakt ook niet uit aan wie je specifiek doneert omdat uiteindelijk alle ontvangers hier profijt van hebben. De ontvangers die deze keer niet aan de beurt zijn komen namelijk wel weer een plaatsje hoger op de wachtlijst. Alleen medische argumenten mogen een reden zijn waarom een orgaan wordt toegewezen aan een specifieke patiënt.
- Voorstanders van het opheffen van de anonimiteit stellen dat dit zou leiden tot meer bereidheid tot orgaandonatie in de samenleving. Hiervoor is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs.
- De NTV wil niet in de weg staan als mensen toch met elkaar in contact willen komen, al dan niet via websites op internet. Ieder individu heeft de vrijheid om dit te doen. Wel raden wij alle betrokkenen aan om heel goed na te denken wat men verwacht en wat men wel of niet zou willen weten alvorens men dit contact opzoekt. Als transplantatieprofessionals zien wij, vanwege bovengenoemde argumenten, voor ons zelf geen actieve of begeleidende rol in het faciliteren van dergelijke contacten en zullen wij de privacy over en weer willen blijven waarborgen.
- Tenslotte is het niet onbelangrijk om voor ogen te houden dat de Nederlandse wetgever stelt dat de identiteit van de ontvanger van menselijk lichaamsmateriaal niet aan de donor of diens familie (en andersom) bekendgemaakt mag worden, (artikel 9.1 van de Wet Veiligheid en Kwaliteit Lichaamsmateriaal)
Prof. dr. R.J. Porte Drs. M. Bos
Voorzitter NTV Voorzitter Medisch Ethische Commissie NTV
printversie van dit bericht
Bericht geplaatst op 7 april 2011
Hieronder kunt u het door LOTTO, LONT en LOL op 5-6 april 2011 geaccordeerde document over generieke substitutie downloaden (Guideline on Generic Substitution of Immunosuppressive Drugs)
→ Download PDF 
Bericht geplaatst op 9 maart 2010
Reactie van de Nederlandse Transplantatie Vereniging op het artikel 'Nierdonatie kan eerder' van Kompanje en De Groot in Medisch Contact d.d. 4 maart 2010.
Het bestuur van de NTV kan zich niet vinden in de inhoud van het hierboven genoemde artikel en distantieert zich hiervan. Het commentaar van de NTV is in een drietal hoofdpunten samen te vatten:
1) Het artikel resulteert in een ongewenste discussie;
2) Het artikel is gebaseerd op inhoudelijke onjuiste redeneringen;
3) De stelling name is onwettig en onethisch.
Lees hier de volledige reactie van de NTV
→ Download commentaar NTV
Wat zijn generieke geneesmiddelen en welke zorgen zijn er bij toepassing ervan na orgaantransplantatie?
Wanneer een farmaceutisch bedrijf een geneesmiddel ontwikkelt en op de markt brengt wordt dit middel met een patent beschermd. Andere bedrijven mogen tijdens de duur van het patent dit middel niet namaken. Het patent biedt de firma die geïnvesteerd heeft in research de gelegenheid om de investering terug te verdienen, en winst te maken. We noemen zo’n middel een spécialité. Na het verlopen van het patent van de spécialité mogen andere farmaceutische bedrijven wel een eigen versie van de spécialité op de markt brengen. We noemen die geneesmiddelen generieke geneesmiddelen. Deze generieke geneesmiddelen zijn over het algemeen aanzienlijk lager in prijs.
Om een generiek geneesmiddel door het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) te laten registreren is het niet nodig om een aantal grote onderzoeken te doen waarin de werkzaamheid en bijwerkingen van dat middel worden onderzocht. Omdat in het generieke geneesmiddel dezelfde werkzame stof zit als in de spécialité gaat men er van uit dat indien de opname uit de darm na inname van het generieke geneesmiddel hetzelfde is als bij de spécialité ook de klinische uitkomst wel gelijk zal zijn. Dergelijke onderzoeken naar de opname vanuit de darm noemen we bio-equivalentie onderzoeken. Het is gebruikelijk om een generiek geneesmiddel tot de markt toe te laten wanneer de gemiddelde bloed concentraties liggen tussen 80 en 125% van die van de spécialité.
Voor veel geneesmiddelen zijn de bio-equivalentie criteria inderdaad voldoende om te besluiten dat het vervangen van de spécialité door het generieke middel verantwoord is. Hiermee kan veel geld worden bespaard, omdat de generieke middelen een lagere prijs hebben. Overheid en verzekeraars stimuleren terecht de zogenaamde “generieke substitutie”. Dat gebeurt ook op grote schaal, bijvoorbeeld voor cholesterolverlagende geneesmiddelen of voor geneesmiddelen tegen maagzuur. Echter, voor een aantal geneesmiddelen wordt betwijfeld of generieke substitutie verstandig is. Het betreft geneesmiddelen met een “nauwe therapeutische breedte”. Bij geneesmiddelen met een “nauwe therapeutische breedte” is er een gering verschil tussen de werkzame concentratie en de concentratie die bijwerkingen geeft. Vaak betreft het geneesmiddelen waarvoor in de praktijk in bloed gemeten wordt wat de concentratie is, waarna de dosering zo nodig kan worden aangepast om een bepaalde streefwaarde aan te houden. Bij transplantatie patiënten betreft dat onder meer ciclosporine (Neoral®) en tacrolimus (Prograft®).
Afwijkingen van die streefwaarden kunnen ernstige gevolgen hebben. In geval van immunosuppressieve geneesmiddelen zou dat kunnen leiden tot acute afstoting van het getransplanteerde orgaan. Er zijn momenteel Europese regels in voorbereiding waarbij voor geneesmiddelen met een “nauwe therapeutische breedte” strengere criteria voor bio-equivalentie worden voorgesteld (in plaats van een marge van 80-125% zou dat 90-111% moeten worden). In 2009 zijn in Nederland zowel generieke tacrolimus als generieke ciclosporine preparaten geregistreerd. Deze preparaten zijn niet volgens deze strengere criteria beoordeeld. Dat zou ons inziens wel moeten.
Een ander belangrijk bezwaar tegen generieke substitutie is het volgende. Bij de introductie van een eerste generieke versie wordt onderzocht of deze bio-equivalent is met de spécialité. Als vervolgens een tweede generiek middel ter registratie wordt aangeboden wordt wel onderzocht of deze bio-equivalent is met de spécialité, maar er wordt niet onderzocht of deze ook bio-equivalent is met het eerder geregistreerde generieke preparaat. Dat is wonderlijk. Immers ook de generieke preparaten onderling zullen worden gesubstitueerd. Erger nog, indien de apotheker voor het eerst bij een individuele patiënt een generiek preparaat aflevert waar dat eerder steeds een spécialité was zal hij/zij contact opnemen met de voorschrijver. Echter als eenmaal een generiek preparaat is uitgereikt zal voor die betreffende patiënt een volgende substitutie naar een ander generiek preparaat, dat mogelijkerwijs niet bio-equivalent is met het eerste generiek, niet worden overlegd!
Wij zijn van mening dat de huidige criteria voor bio-equivalentie onvoldoende waarborg bieden voor veilige generieke substitutie van de geneesmiddelen die wij in de transplantatie-geneeskunde ter voorkoming van afstoting voorschrijven. De strengere criteria zouden moeten worden toegepast (90-111%) en generieken zouden ook onderling bio-equivalent moeten zijn.
Wij hebben de artsen en verpleegkundigen die lid zijn van de Nederlandse Transplantatie Vereniging (NTV) geadviseerd terughoudend te zijn met substitutie. Daarnaast willen wij ook patiënten informeren over de potentiële gevolgen van generieke substitutie. Als uw apotheek ciclosporine (Neoral®) of tacrolimus (Prograft®) aflevert, let u dan op dat u hetzelfde krijgt als waarmee u eerder werd behandeld. En als dat niet zo is, neem dan contact op met de voorschrijver.
Als wetenschappelijke vereniging en als belangenvertegenwoordiger van de professionals werkzaam in de transplantatiegeneeskunde zal het bestuur van de NTV de ontwikkeling op het gebied van generieke substitutie nauwlettend blijven volgen.
Toedienen van Tamiflu /oseltamivir bij niertransplantatiepatienten
Onderstaand bericht is geplaatst op 23 oktober 2009
Hieronder treft u een brief aan van onze vereniging m.b.t. de handelwijze voor wat betreft toedienen van Tamiflu /oseltamivir bij patienten die een niertransplantatie hebben ondergaan. De brief wordt tevens verspreid via de NFN.
→ Download brief
Artikel Pharmaceutisch Weekblad (2004):
Formuleringen ciclosporine niet zonder meer uitwisselbaar
Substitutie van geneesmiddelen met een geringe therapeutische breedte: een voorbeeld
→ Download artikel
De Nederlandse Transplantatie Vereniging is een vereniging die primair bedoeld is voor diegenen die zich beroepsmatig bezighouden met transplantatiegeneeskunde. Algemene informatie betreffende orgaan-transplantaties is - behalve bij huisarts of medisch specialist - te vinden bij andere organisaties die zich meer richten op patiëntenvoorlichting.
Voor informatie over donatie van weefsels en organen na overlijden: www.transplantatiestichting.nl
www.donorregister.nl
www.donorvoorlichting.nl
De NTV onderschrijft de standpunten zoals geformuleerd in de declaration of Instanbul. Hieronder vindt u een drietal downloadbare documenten.
→ The declaration of Istanbul on Organ Trafficking and Tranplant Tourism
→ Comment Lancet, July 2008
→ WHO guiding principles
Hieronder treft u een aantal links aan van informatieve sites:
Astmafonds www.astmafonds.nl
Harten Twee: www.harten-twee.nl
Leverpatientenvereniging: www.leverpatientenvereniging.nl
Maag Lever Darm Stichting www.mlds.nl
Nederlandse CF Stichting: www.ncfs.nl
Nederlandse Hartstichting www.nederlandsehartstichting.nl
Nederlandse Nierstichting www.nierstichting.nl
De Nederlandse Transplantatie Vereniging kan geen individueel medisch advies aan patiënten geven. Wij adviseren u om in dat geval contact op te nemen met uw huisarts of behandelend specialist.